Beleidsplan 2016
Kinderopvang De Tivoli

Bij De Tivoli staat het kind en zijn ontwikkeling centraal. In onze spreken we van bouwstenen die samen een veilig en uitdagend huis vormen waarin kinderen en ouders zich thuis voelen. Aan de hand van deze bouwstenen beschrijven we onder staand wat kinderen nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen en plezier te hebben.

 

Inleiding

Ouders / verzorgers
Het pedagogisch beleidsplan geeft de ouders een beeld van de opvang die de kinderen wordt aangeboden, de wijze waarop de opvang is geregeld, de activiteiten die worden ondernomen en de manier waarop met de kinderen wordt omgegaan.

Leidsters
Het pedagogisch beleidsplan is voor de leidsters een richtlijn zodat zij weten wat er van hen wordt verwacht. Daarnaast stimuleert het de leidster(s) om in de dagelijkse praktijk stil te staan bij het werk waardoor de kwaliteitsbewustheid wordt bevorderd.


Doel

Het doel van Pedagogisch beleidsplan De Tivoli neemt een stukje opvoeding over van de ouders/ verzorgers. Het is naast de thuissituatie een plaats waar de kinderen zich kunnen ontwikkelen. Daarom vinden we het belangrijk om onze pedagogische visie en werkwijzen in dit beleidsplan vast te leggen; Hoe gaan de leidsters met de kinderen om, en hoe wordt daar structuur aangegeven. Het pedagogisch beleidsplan is mede vormgegeven door de leidsters en de leidsters voeren dit plan in de dagelijkse praktijk uit. De kerntaak van de leidsters is het opvangen, begeleiden en stimuleren van kinderen in hun ontwikkeling.


Visie

Algemene visie op de kinderopvang
Kinderopvang biedt aan kinderen de mogelijkheid om zich in een veilige omgeving, individueel en in groepsverband te ontwikkelen. Kinderopvang biedt ouders en verzorgers om naast de opvoeding van de kinderen actief deel te nemen aan de maatschappij. Kinderopvang dient te voldoen aan eisen met betrekking tot kwaliteit en continuïteit. Tevens dient kinderopvang, voor zover mogelijk, tegemoet te komen aan de wensen van de ouders.

Visie van “de Tivoli”
Wij streven er naar een opvoedingssituatie te bieden die aansluitend en aanvullend is op de opvoedingssituatie thuis. In het kinderdagverblijf en de BSO ontmoeten kinderen, andere kinderen in groepsverband. Het is een plaats waar kinderen leren omgaan met andere kinderen, door onder meer samen te spelen, te eten en te slapen. Kinderen leren ook omgaan met kinderen van andere leeftijden (jonger of ouder) en daar rekening mee te houden.

Door om te gaan met andere kinderen leren de kinderen de uitwerking van hun gedrag op anderen kennen. Mede hierdoor krijgen kinderen inzicht in hun eigen gevoelens en leren ze een scala aan reactie mogelijkheden. Kinderen leren al vroeg de betekenis van delen, helpen, rekening houden met een ander kind, omgaan met conflicten en opkomen voor jezelf. Dit zijn allemaal zaken die belangrijk zijn in de groei naar zelfstandigheid. Zelfstandigheid en eigen verantwoordelijkheid bevorderen wij bij de Tivoli. Een van onze uitgangspunten is ‘leer mij het zelf te doen’. Dit betekent dat we de kinderen altijd stimuleren om dingen zelf te doen en te helpen daar waar nodig. Zo leren ze al op jonge leeftijd zelf hun jas en schoenen aan te doen, hun boterham te smeren, conflicten op te lossen, etc.

De situatie in de dagopvang is er op gericht het kind in een op kinderen afgestemde omgeving en sfeer een prettige dag te laten doorbrengen, zodanig dat het kind zich er veilig en geborgen voelt. Hier wordt door de leidsters zowel in groepsverband als individueel bewust aangesloten de ontwikkelingsfase en de ontwikkeling waarin het kind zich bevindt.

Wij nemen een deel van de opvoeding over van de ouders, ouders zijn echter wel medeverantwoordelijk voor de opvang van hun kinderen in het kinderdagverblijf en de BSO. Daarom is het noodzakelijk om gegevens over de ontwikkeling van het kind met de leidsters uit te wisselen. Daardoor worden wederzijdse inzichten over deze ontwikkeling en de opvoeding vergroot.

Goede contacten tussen ouders en leidsters zijn belangrijk. Ouders mogen dan ook van de leidsters verwachten dat ze betrokkenheid tonen bij het kind. De leidsters kunnen meedenken over opvoedingsvragen als ouders daar behoefte aan hebben. Tevens hebben de leidsters een signalerende functie ten aanzien van het welzijn en het functioneren van de kinderen.

Een kinderdagverblijf is speciaal ingericht voor de kinderen en biedt daardoor andere mogelijkheden dan de thuissituatie. De accommodatie is aantrekkelijk, veilig en schoon. Ook beschikken wij over voldoende buitenspeelruimte.


Pedagogische regels

Accepteren
We accepteren het kind zoals het is. De aard van het kind, hoe het speelt, je staat er voor open en probeert je in te leven in het kind. Je probeert een kind niet te veranderen. Als je een kind accepteert, wijs je een kind ook niet af. Je mag zijn gedrag afkeuren maar je vertelt daarbij wel waarom. Het gedrag van een kind kun je bijsturen indien nodig. Je verantwoord daarbij het gevoel van jezelf en het kind. Dit kan ook door gebaren of aanraking (knuffel of aai).

Respecteren
Door het kind met een open houding tegemoet te komen, laat je merken dat je het kind respecteert. Dit hangt namelijk samen met de normen en waarden. Je velt geen oordeel over het kind, je laat het kind in zijn waarden. Je accepteert het karakter van een kind, je kan een kind respecteren maar toch sturen, door bv. af te remmen of druk spel om te buigen in rustig spel.

Serieus nemen en vertrouwen
Een kind wil graag horen wat hij wel of niet goed gedaan heeft, ze voelen zich dan begrepen. Dit geldt voor zowel leuke als minder leuke dingen. Je doet het door actief te luisteren en terug te vragen en op het kind in te gaan. Je schenkt aandacht aan wat het kind je wilt vertellen of vragen. Als een kind zich serieus genomen voelt door leidsters zal het kind vertrouwen krijgen in de leidsters. Voor een kind is het belangrijk dat hij weet dat hij van de leidsters op aan kan, dat hij op ze kan vertrouwen en zich serieus genomen voelt. Door zich steeds meer vertrouwd te voelen met de leidsters en de groep zal het kind zich veilig voelen. Het vinden van vertrouwen is een proces dat moet groeien.

Veiligheid en geborgenheid
Een kind ervaart veiligheid als de wereld om hem heen enigszins gestructureerd is. Als het kind op ons kinderdagverblijf komt is het belangrijk dat het hier een gevoel van veiligheid ervaart. Dit doen we in eerste instantie door te laten merken dat we er zijn voor het kind en te werken met vaste leidsters op de groep, zodat het kind dezelfde en dus vertrouwde gezichten ziet. En dus een goede band kan opbouwen met leidsters. De dagindeling zorgt ook voor structuur, het kind gaat het dagritme herkennen en ervaart zo de veiligheid die het nodig heeft om zich te kunnen ontwikkelen. Het kind weet zo ook waar hij aan toe is. Doordat je een kind veiligheid biedt zal het zich geborgen voelen en hierdoor op een prettige manier kunnen ontwikkelen. Het kind ervaart de ruimte om te experimenteren en kan zo de wereld om hem heen ontdekken.


Huisregels

  • Bij het brengen en ophalen van de kinderen sluiten medewerkers en ouders de deur.
  • Zodra ouders binnen komen zijn ze zelf verantwoordelijk voor hun kind.
  • De kinderen hangen hun jas netjes aan de kapstok in de gang schoenen eventueel onder de kapstok en tassen in de daarvoor bestemde bak of op de bank bij de jassen.
  • Alvorens een nieuwe activiteit te beginnen wordt er opgeruimd.
  • Speelgoed ligt op de daarvoor bestemde plaats.
  • Aan het einde van de dag ruimen we samen op.
  • Binnen spel is rustig en buiten mag er gerend worden.
  • We drinken en/of eten samen aan tafel.
  • We luisteren naar elkaar.
  • De kinderen mogen na overleg met de pedagogisch medewerkster spullen/speelgoed zelf pakken.
  • Kinderen gaan zelf naar het toilet. De pedagogisch medewerkster helpt de jonge kinderen.
  • Na het toilet gebruik worden de handen gewassen.
  • Buitenspelen gebeurd op het schoolplein en er is altijd toezicht.
  • We spelen samen.
  • We gaan met respect met elkaar om.

Groepen

Groepsindeling van De Tivoli­ Nobel

De verticale groep op locatie De Tivoli­Nobel biedt dagelijks opvang en peuterspeelzaalwerk aan kinderen in de leeftijd van 2 tot 13 jaar.

Tijdens de ochtenduren vindt er peuterspeelzaalwerk plaats voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Tijdens deze ochtenden wordt er met Uk en Puk gewerkt, een VVE methode, zoals beschreven in het algemeen pedagogisch beleidsplan van Kinderopvang De Tivoli.

In de middag komen er de BSO kinderen bij in de groep, in de leeftijd van 4 tot 13 jaar. Gezien de mogelijkheden voor de ouders zeer flexibel te reserveren worden er op sommige middagen indien er meer dan 16 kinderen aanwezig zijn 2 stamgroepen gevormd. Er wordt dan gebruik gemaakt van de zo genoemde "patio".

De oudste kinderen komen dan in stamgroep 2, de patio. De kinderen drinken en eten daar iets na schooltijd samen met de pedagogisch medewerkster. De andere kinderen, stamgroep 1, blijven in de BSO en PSZ ruimte om daar samen met de pedagogisch medewerkster(s) iets te drinken en te eten.

Op locatie De Tivoli­Nobel wordt het open deuren beleid gevolgd, wat betekent dat de kinderen na afloop van het drink en eet moment beide ruimtes mogen gebruiken of naar buiten mogen gaan in overleg met de pedagogisch medewerkster(s).

Tijdens de schoolvakanties en studiedagen vindt opvang plaats in het Tivolihuis. Tijdens schoolvakanties vindt er geen peuterspeelzaal werk plaats.

Omschrijving stamgroep 1
In deze groep bevinden zich de jongere kinderen vanaf 2 jaar met de jongere kinderen van de basisschool. De namen van de kinderen zijn terug te zien op de daglijst.

Omschrijving stamgroep 2
In deze groep bevinden zich de oudere kinderen van de basisschool, leeftijd vanaf ongeveer 8 jaar. De namen van de kinderen zijn terug te zien op de daglijst. Ook maken de foto's van de kinderen inzichtelijk in welke groep ze vertoeven.

 

Groepsindeling van Locatie Sportlaan

De verticale groep op locatie sportlaan biedt dagelijks opvang en peuterspeelzaalwerk aan kinderen in de leeftijd van 2 tot 13 jaar. Tijdens de ochtenduren vindt er peuterspeelzaalwerk plaats voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar. Tijdens deze ochtend wordt er met Uk en Puk gewerkt, een VVE methode. Zoals beschreven in het algemeen pedagogisch beleidsplan van kinderopvang De Tivoli.

In de middag komen er de BSO kinderen bij in de groep, in de leeftijd van 4 tot 13 jaar. Gezien de mogelijkheden voor de ouders zeer flexibel te reserveren worden er op sommige middagen indien er meer dan 16 kinderen aanwezig zijn 2 stamgroepen gevormd. Er wordt dan gebruik gemaakt van de aula van de school. De oudste kinderen komen dan in stamgroep 2, de aula van de school.

De kinderen drinken en eten daar iets na schooltijd samen met de pedagogisch medewerkster. De andere kinderen, stamgroep 1, blijven in de BSO ruimte om daar samen met de pedagogisch medewerker(s) iets te drinken en te eten.

Op locatie sportlaan wordt het open deuren beleid gevolgd wat betekent dat de kinderen na afloop van het drink en eet moment beide ruimtes mogen gebruiken of naar buiten mogen gaan in overleg met de pedagogisch medewerker(s). Tijdens de schoolvakanties en studiedagen vindt opvang plaats in het Tivolihuis.

Tijdens schoolvakanties vindt er geen peuterspeelzaalwerk plaats.

Stamgroep 1
In deze groep bevinden zich de jongere kinderen zich, leeftijd vanaf 2 jaar met de jongere kinderen van de basisschool. Namen van de kinderen zijn terug te zien op de daglijst.

Stamgroep 2
In deze groep bevinden zich de basisschool kinderen, leeftijd vanaf 8 jaar. De namen van de kinderen zijn terug te zien op de daglijst.


Groepsindeling Het Tivoli­huis

0 -­ 4 jaar
In deze groep zitten de kinderen van 0­-4 jaar. Er mogen maximaal 10 kinderen gelijktijdig aanwezig zijn in deze groep.

0 - 12 jaar
Dit is een zogeheten gemengde groep. Na schooltijd en tijdens vakanties zijn in deze groep ook kinderen tot 12 jaar wanneer er wordt samengevoegd. Ook in deze groep mogen maximaal 10 kinderen gelijktijdig aanwezig zijn.

4 - ­12 jaar
Op de bovenverdieping van de Tivoli spelen de kinderen van 4-­12 jaar. (BSO). Hier mogen maximaal 11 kinderen aanwezig zijn gelijktijdig.

Indien ouders voor hun kind(eren) extra tijd aanvragen buiten de reguliere reservering dan zal er worden gekeken of opvang binnen de stamgroep mogelijk is. Zo niet dan kan een kind in een andere groep opgevangen worden in overleg met de ouders. Ouders ondertekenen hiervoor het document: Aanhangsel bij overeenkomst. Indien nodig zal de leidster­kind­ratio worden aangepast.

Open deur beleid Binnen Het Tivolihuis
Dit houdt in dat de kinderen van verschillende leeftijden, 2-­12 jaar, met elkaar om kunnen/leren gaan. Zo kunnen de kinderen samen activiteiten doen, leren elkaar te helpen, rekening houden met elkaar en elkaar te respecteren.

Tijdens de vakantie periodes en momenten van lagere bezetting in de groep zal er naar het kinderaantal gekeken worden, mochten de kinderen op een andere locatie dan hun initiële locatie worden opgevangen dan zal dit met de ouders gecommuniceerd worden. Indien de opvang van een kind in een andere groep plaats vindt dan de stamgroep zal dit schriftelijk overeengekomen worden met ouders. Zie toestemmingsformulier.

Gezinsrelatie
Binnen de locaties van kinderopvang de Tivoli staat de gezinsrelatie centraal. Middels het open­ deur beleid hebben broertjes en/of zusjes de mogelijkheid elkaar gedurende de opvanguren op te zoeken. Dit gebeurt in overleg met de leidster en de mogelijkheden op dat moment.


Pedagogisch handelen

Eigenheid van het kind
Wij doen dit door de kinderen te respecteren en te benaderen als mens met verschillende emoties, maar ook met verschillende lichamelijke en verstandelijke mogelijkheden. In ons handelen komt dit dan ook in de volgende zaken naar voren:

  • Hechten
  • Eigen Identiteit
  • Sociale ontwikkeling
  • Positief stimuleren en logische consequenties
  • Emoties
  • Weerbaarheid
  • Zelfredzaamheid
  • Zelfstandigheid
  • Zindelijkheid
  • Taalontwikkeling
  • Verstandelijke ontwikkeling
  • Motorische ontwikkeling
  • Creativiteit

Hechten
Hechting bij kinderen is erg belangrijk. Rond de leeftijd van 9 maanden wordt het belangrijk dat je duidelijk en herkenbaar reageert naar het kind toe. Zo weet de baby wat hij aan je heeft en wat voor vertrouwde reactie hij van de leidsters kan verwachten. Hierdoor kan hij een gevoel van veiligheid ontwikkelen. Veel kinderen gaan op deze leeftijd een voorkeur vertonen voor de personen die hun het sterkste gevoel van veiligheid geven. In vaktaal heet deze voorkeur: Hechting. Een kind kan zich aan meerdere mensen tegelijk hechten. Bij de overgang naar een andere groep (BSO) wordt er samen met de leidster geoefend zodat de overstap goed kan verlopen en het kind zich goed kan hechten en ontwikkelen binnen de nieuwe (BSO) groep.

Eigen identiteit
In de groep 0 – 4 jarigen zijn kinderen in deze fase van hun ontwikkeling in eerste instantie op zichzelf gericht zijn en hebben steun nodig hebben bij het zich bewust worden van zichzelf, het ontwikkelen van hun eigen identiteit, waarna ze zichzelf beter leren kennen.

Sociale ontwikkeling
Wij vinden de sociale ontwikkeling heel belangrijk binnen onze groepen. Het grote voordeel van het werken met groepen kinderen is, dat ze leren samen te delen en samen te spelen. We ondersteunen ze hierin door:

  • Kinderen te leren communiceren
  • Gevoelens te leren verwoorden en kinderen te laten vertellen wat hen bezig houdt.
  • Leren luisteren naar elkaar en aandacht hebben voor elkaar.
  • Kinderen te leren elkaar te helpen als daar om gevraagd wordt, maar ook door zelf hulp aan te bieden.
  • Gezamenlijk te eten en te wachten op elkaar tot dat iedereen klaar is met eten (vanaf de peutertijd).

Positief stimuleren en logische consequenties
Elk kind wordt op het pad van zijn ontwikkeling geconfronteerd met emotionele, psychische en cognitieve ontwikkeling. Daarbij ervaren ze emoties en gedrag waarbij ze vaak begeleiding bij nodig hebben. Kinderen hebben daarbij tevens grenzen nodig om zich veilig te voelen en te leren wat acceptabel gedrag is en wat niet. Om die grenzen te leren kennen, probeert het kind ze uit: Het verlegd grenzen of het kijkt tot waar het kan gaan, zowel voor zichzelf als voor de ander. Wij helpen het kind met het ontdekken van de grenzen van zichzelf en zijn eigen omgeving.

Wij leggen de nadruk op het stimuleren van positief gedrag en door voorbeeld gedrag te laten zien. Wat we qua gedrag van kinderen verwachten laten we als leidsters ook zien; beleefd spreken tegen elkaar, respectvol met elkaar omgaan, delen, samen dingen doen. Anderzijds laten we kinderen zelf zoveel als mogelijk de logische consequentie van zijn of haar gedrag ervaren, waarbij we tevens de aandacht focussen op de oplossing. Bijvoorbeeld als een kind blijf roepen aan tafel. Zullen we het kind maximaal 3 keer vragen te stoppen. Hierbij geven we telkens aan wat we wel verwachten qua gedrag spreken met een rustige stem omdat we hem dan kunnen verstaan. Als het gedrag niet veranderd dan is de logische consequentie dat hij/ zij niet langer aan tafel kan zitten en dat hij/zij, tot de tijd dat hij wel met rustige stem kan spreken, even ergens anders mag zitten. We nodigen het kind uit om terug te komen als hij/zij heeft besloten om wel met rustige stem te spreken zodat we kunnen horen wat hij/ zij te zeggen heeft. Vaak helpt het kinderen om even uit de setting te stappen en tot ‘zichzelf’ te komen en later weer terug te keren met ander gedrag. We focussen dus op oplossingen en positieve stimulering en niet op straffen. Kinderen vertonen niet vanuit zichzelf en positiever gedrag als ze zich beschaamd of bestraft voelen. Ze ervaren met de eerder genoemde benadering dat ze zelf hun gedrag kunnen aanpassen en dat dat een positief effect heeft. We benadrukken altijd dat wat het kind doet (gedrag) niet acceptabel is en wie hij/zij is, staat nooit ter discussie. Wij accepteren het kind en laten voelen dat hij/zij er mag zijn om wie hij/zij is.

Emoties
We nemen verschillende emoties van kinderen serieus zoals: 

  • Pijn
  • Verdriet
  • Angst
  • Boosheid
  • Tevredenheid
  • Plezier

We doen dat onder meer door deze gevoelens onder woorden te brengen en te vragen aan de kinderen of we de uitdrukking op hun gezicht ( baby / dreumes) goed begrepen hebben. Het kind leert door benoemen van gevoelens meer vat te krijgen op zijn eigen emoties. Bovendien ervaren kinderen dat ze gezien worden en dat alle emoties er mogen zijn en dat De Tivoli een veilige omgeving is waar ze die emoties mogen en kunnen ervaren. Sterker nog dat het een omgeving is waar ze er mee leren omgaan.

Weerbaarheid
Onder het woord weerbaarheid verstaan we dat een kind voor zichzelf op kan komen, bijvoorbeeld dat het kind zich niet alles laat afpakken. Ook moet de leidster “nee” kunnen zeggen zonder dat er paniek op volgt. Maar ook dat het kind niet direct gedesoriënteerd raakt als het in een andere omgeving komt en dat het kind open staat voor “vreemde” gezichten.

Zelfredzaamheid
Het kan dat het ene kind met veel enthousiasme aan een nieuwe vaardigheid begint terwijl het andere kind een langere periode van steeds even proberen nodig heeft. Als we merken dat het kind iets niet doet waarvan wij weten dat het kind dit wel al kan, dan stimuleren wij het kind om het toch te proberen. Leer mij het zelf te doen hebben we hierbij altijd als grondhouding. Soms betekent dit dat het kind iets moet overwinnen. De uiteindelijke beheersing van de vaardigheid brengt het kind veel plezier. Het stimuleert ook de zelfredzaamheid en de zelfstandigheid van het kind. Dit kan overigens ook betekenen dat als het echt nog niet lukt we het kind de vraag stellen ‘waar heb je hulp bij nodig?’, ook dat is zelfredzaamheid want hiermee laten we kinderen in de gelegenheid om eigen verantwoordelijkheid te dragen. Bovendien is de zelfredzaamheid altijd afgestemd op leeftijdstoepasselijke vaardigheden, wat kunnen we van het kind op welke leeftijd verwachten.

Zelfstandigheid
Een goede hechting aan een vertrouwd persoon geeft het kind een gevoel van veiligheid. Dit veilig gevoel heeft het kind nodig als basis. Vanuit deze veilige basis kan het gaan spelen en op verkenning gaan. In deze eerste periode gaat het kind zich meestal ook op een of andere manier voortbewegen. Zijn verkenningen kunnen daarmee een grotere ruimte bestrijken. De eerste stappen op weg naar zelfstandigheid worden hiermee gezet. In het begin zal het kind de merkbare aanwezigheid van de vaste leidster nodig hebben bij deze verkenningstochten. Het is daarom dat we werken met een vast team van leidsters en de kinderen dus vaste en vertrouwde gezichten zien.

Zindelijkheid
Kinderen die al zindelijk zijn of bezig zijn met zindelijk worden plassen op het toilet of potje. Kinderen die nog zindelijk moeten worden zien zo dat andere kinderen plassen en maken zo kennis met de pot of de wc. Het is interessant om op de wc of pot te zitten en de kinderen raken zo spelenderwijs gewend aan het potje of de toilet. We stimuleren de kinderen om op het potje of de toilet te gaan, en vanaf 2 - 2,5 jaar gaan de kinderen mee in het ochtend en middag ritueel om na het fruit eventjes op de pot of toilet te zitten.

Taalontwikkeling
We vinden het belangrijk de taalontwikkeling van het kind te stimuleren zodat we verbaal contact met het kind kunnen krijgen. Ook stimuleren we de taalontwikkeling omdat het kind zo leert te communiceren met andere mensen. We vinden het belangrijk dat het kind duidelijk kan maken wat het wil, hoe en waarom het iets wil.

Wij werken aan de taalontwikkeling door taalgerichte spelletjes, zingen, rijmpjes, en het voorlezen en vertellen van verhaaltjes. De kinderen worden gestimuleerd en uitgenodigd om zelf een boekjes te pakken en er in te kijken en samen met de leidsters te lezen, erover te vertellen. We werken met de bibliotheek samen in het project Bookstart. Er zijn binnen de Tivoli ook 2 voorlees coördinatoren, zij hebben de cursus bij de Zeeuwse bibliotheek gevolgd en het lees­plan voor De Tivoli geschreven. 

Daarnaast werken we vanaf 2015 met gebarentaal, die de taalontwikkeling positief ondersteunt en stimuleert. Bovendien helpt het kinderen eerder en duidelijker te kunnen communiceren met hun omgeving.

Verstandelijke ontwikkeling
De verstandelijke ontwikkeling stimuleren we door het kind positief te benaderen en het succes te laten ervaren. Ook laten we het kind initiatieven nemen en het kind zelf oplossingen bedanken, eventueel met begeleiding. Ook stimuleren we het kind door deze met zoveel mogelijk verschillende materialen te laten kennismaken, zodat het kind de mogelijkheid krijgt hiermee om te gaan. Het aanbieden van bewust gekozen materiaal, afgestemd op het ontwikkelingsniveau van het kind, zoals constructie materiaal, puzzels en boekjes.

Motorische ontwikkeling
Wij begeleiden en stimuleren de motorische ontwikkeling om een basis te leggen voor de verdere ontwikkeling en het kind meer zelfvertrouwen te geven. We maken hierbij een onderscheidt tussen de fijne en de grove ontwikkeling van de motoriek. De fijne motoriek wordt onder andere gestimuleerd door de baby op de grond de ruimte te geven om b.v. blokken die om hem heen liggen te reiken.

Creativiteit
Creatief bezig zijn is bezig zijn van uit de fantasie. Wij vinden het belangrijk dat het kind plezier heeft in het bezig zijn. Het resultaat is niet belangrijk! Kinderen zijn creatief bezig als ze aan het spelen zijn met zand, klei, wasco, verf of iets knutselen met papier en lijm, maar de creativiteit wordt ook geprikkeld als ze bezig zijn met fantasiespel zoals, verkleden, papa en mama spelen of poppenkast spelen met handpoppen.

 


Waarden en normen
Het overbrengen van waarden en normen speelt in de opvoeding van de kinderen voortdurend een rol. Waarden geven uitdrukking aan de betekenis die mensen hechten aan bepaalde gedragingen, dingen of gebeurtenissen. Het zijn ideeën of opvattingen die aangeven hoe belangrijk mensen iets vinden. Waarden zijn onmiskenbaar cultuurgebonden, ze veranderen in de loop van de tijd en variëren van samenleving tot samenleving. Normen vertalen de waarden in regels en voorschriften hoe volwassenen en kinderen zich horen te gedragen. Een waarde is respect hebben voor elkaar. De norm is dan dat lijfelijke agressie niet wordt toegestaan.

Uitwisselen van waarden en normen
Een kind wordt gevormd door de omgang met volwassenen en andere kinderen. De omgang tussen volwassenen en kinderen heeft in de opvang een andere dimensie dan thuis. De leidsters is in eerste instantie beroepsmatig bij de kinderen betrokken. De leidster onderhoudt contact met alle kinderen uit de groep. Daarnaast is er de omgang van de leidster met de groep als geheel. Op beide niveaus is er sprake van een voortdurende uitwisseling van waarden en normen in communicatie en interactie. In een groep met kinderen is er sprake van een continu proces. Dit vindt voor een gedeelte bewust en onbewust plaats.

Vooroordelen
De leidster is zich bewust van bestaande vooroordelen bij zichzelf en bij andere omtrent geloof, etniciteit, sociale klasse, sekse en seksuele geaardheid. Zij realiseert zich beïnvloed te zijn door de eigen omgeving waarin zij is opgegroeid.

Verschillen
Aan speciale gebeurtenissen die aan een bepaalde levensovertuiging verbonden zijn, wordt op gepaste wijze aandacht geschonken in de groep. Voor zover mogelijk wordt aan de kinderen uitgelegd welke betekenis de speciale gebeurtenis binnen de betreffende levensovertuiging heeft. Verschillen in de sociale achtergrond komen soms tot uitdrukking in kleding, taal en gebruik.

Problemen en conflicten
Kinderen worden gestimuleerd zelf hun sociale problemen op te lossen. Wanneer kinderen daarin niet slagen of wanneer steeds hetzelfde kind zijn behoefte ziet ingevuld en het andere kind helemaal niet, biedt de leidster hulp. De minst weerbaren worden de mogelijkheid aangereikt om met meer kans op succes hun behoeften en wensen kenbaar te maken en de andere partij wordt geleerd om meer rekening te houden met de behoeften van de ander. De leidster leert de kinderen rekening met elkaar te houden door voor te doen hoe via overleg tot overeenstemming gekomen kan worden. Kinderen kunnen al vroeg leren voor zichzelf op te komen en daarnaast rekening te houden met anderen.

Feesten en rituelen
Een aantal gebeurtenissen zoals verjaardagen, afscheid, feestdagen verloopt op het dagverblijf volgens een vast ritueel. Door hier op een bepaalde manier mee om te gaan, leren kinderen wat het betekent om jarig te zijn. Aan vaste gewoontes kunnen kinderen zowel zekerheid als plezier ontlenen. Ook het hanteren van een vaste dagindeling valt te beschouwen als een ritueel.

Rouwverwerking
Het overlijden van een persoon in de directe omgeving is ook voor jonge kinderen heel ingrijpend. Het is belangrijk dat de leidster op de hoogte is zodat zij zo goed mogelijk kan reageren. Troosten, aanhalen en warmte bieden zijn wezenlijke dingen waarmee je kinderen helpt om hun rouw en verdriet te verwerken. Het is belangrijk om eerlijke informatie te geven die aansluit bij de ontwikkelingsfase van het kind. Ook is het belangrijk om er niet over te zwijgen